• Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
home Gulden boek Concert « America » - Bruxelles - 30-10-2009
+++ Het Winterconcert zal plaatsvinden in de Koninklijke Conservatorium Brussel op 28 januari 2012 om 20u00 +++

Concert « America » - Bruxelles - 30-10-2009 Afdrukken E-mailadres

Concerten van het seizoen 2009 - 2010   Concert de Noël - Tournai - 13-12-2009

Datum

  • 30 oktober 2009

Plaats

  • Sint-Michielstheater, Brussel (Etterbeek)
     

Programma

Solist

Leiding

Organisator

  • Organisme permanent pour l’Intégration de la Culture Européenne (OPICE)

 

Muziek uit de Verenigde Staten kent geen lange geschiedenis, maar is wel rijk aan gevarieerde stijlen die zich over de hele wereld verspreid hebben. De opeenvolgende stromen immigranten die de Verenigde Staten gevormd hebben, brachten originele muziekstijlen uit het land van herkomst met zich mee. Door materiële of persoonlijke sociale omstandigheden beperkt, werden deze stijlen en muziekuitvoeringen aan nieuwe instrumenten aangepast. Daardoor ontstonden in de XIXe, maar vooral in de XXe eeuw, verschillende muziekstijlen.


El Salón México | Aaron COPLAND

Geboren in een Litouwse migrantenfamilie, studeert Aaron Copland vanaf jonge leeftijd piano met Victor Wittgenstein en Clarence Adler. Van 1921 tot 1924 volgt hij een opleiding bij Ricardo Viñes aan het Amerikaans Conservatorium in Fontainebleau in Frankrijk. Daar ontmoet hij Nadia Boulanger : «ik begreep onmiddellijk dat ik mijn meester gevonden had» schreef hij. Bij haar ontplooit hij zich als componist, zoals praktisch alle Amerikaanse
componisten van zijn generatie en de daaropvolgende.

Na zijn terugkeer in de Verenigde Staten in 1924, zet Copland zich aan tot het schrijven van zijn eerste werken.

Hij placht te zeggen dat zijn muziek vóór alles bestemd was voor muziekliefhebbers. Aaron Copland was één van de vrienden van de componist en orkestleider Leonard Bernstein. In 1949 won hij de Oscar voor de beste filmmuziek voor the Heiress.

Een van zijn meest bekende werken is Appalachian Spring, dat hij in 1943 voor ballet schreef. De originele versie, die oorspronkelijk geschreven werd voor een kamerorkest met 9 snaarinstrumenten, een klarinet, een fagot en een fluit, werd later herwerkt voor een symfonieorkest.

Begin jaren 1970 krijgt Copland de ziekte van Alzheimer en stopt dan met componeren. Vreemd genoeg zet hij zijn carrière als orkestleider wel voort tot 1983.

El Salón México is een symfonische compositie in één beweging van Aaron Copland, die uitgebreid gebruik maakt van populaire Mexicaanse muziek. Het werk is een muziekvoorstelling van een gelijknamige danssalon in Mexico en draagt zelfs de ondertitel « Een populair, typisch Mexicaans danssalon in Mexico City ». Copland begon in 1932 aan het werk en voltooide het in 1936. Het Symfonieorkest van Mexico bracht het in 1937 onder leiding van Carlos Chávez; de eerste voorstelling in de Verenigde Staten vond plaats in 1938. Hoewel Copland Mexico begin 1930 bezocht, baseerde hij dit muzikale gedicht niet op de liedjes die hij daar toen hoorde, maar wel op geschreven partituren van minstens vier populaire Mexicaanse liedjes: « El Palo Verde », « La Jesusita », « El Mosco » en « El Malacate ». Het krachtige refrein dat minstens drie keer in het stuk voorkomt, komt uit « El Palo Verde ». De recensie omschreef het werk verschillend, als bestaande uit twee, drie of vier delen, maar veel luisteraars menen dat de overgang van het ene thema naar het andere geruisloos en zonder duidelijke interne grens plaatsvindt.



Concerto in FA | George GERSHWIN

George Gershwin wordt op 26 september 1898 in Brooklyn (in de Staat New York) geboren ; hij is het tweede van vier kinderen, waarvan zijn oudste broer, Ira, geboren in 1896, zijn voornaamste medewerker wordt als tekstschrijver.

Eenmaal in Manhattan gevestigd, koopt hun moeder een piano om Ira les te laten volgen, maar het is uiteindelijk George die een uitgesproken interesse voor muziek aan de dag legt.

In 1918 schrijven George en Ira samen hun eerste lied The Real American Folk Song. In datzelfde jaar kan men nog vijf liederen van Gershwin horen in de revue Half Past Eight, gespeeld in Syracuse (in de Staat New York), en enkele maanden later (mei 1919) debuteert George Gershwin in New York met La Lucille. In datzelfde jaar 1919 schrijft George zijn eerste populaire grote succesnummer Swanee.

Na dit succes wordt George uitgenodigd om muziek te schrijven voor vijf jaarlijkse George White's Scandals revues ; uit de revue van 1992 komt het beroemde I'll Build a Stairway To Paradise en een "jazzopera"-scène van ongeveer twintig minuten Blue Monday, die na de avond van de première geschrapt wordt, maar die de aandacht trekt van orkestleider Paul Whiteman. Laatstgenoemde zet Gershwin aan tot het schrijven van een stuk met een klassieke structuur, maar in jazzstijl : het wordt de beroemde Rhapsody in Blue, voor het eerst vertolkt in 1924 in de Aeolian Hall onder leiding van Whiteman en met George Gershwin zelf aan de piano.

Na het succes van Rhapsody in Blue schreef Gershwin nog enkele grote bladzijden klassieke muziek : het Concerto in F (1925), de suite An American in Paris (1928) en de Second Rhapsody (1930). Ten slotte werd in 1935 in Boston (in de Staat Massachusetts) de opera Porgy and Bess voor het eerst ten gehore gebracht.

Tijdens het schrijven van de muziek voor de film The Goldwyn Follies krijgt hij last van een hersentumor, ten gevolge waarvan George Gershwin uiteindelijk op 11 juli 1937 in Beverly Hills zal overlijden.

Het Concerto in fa is een compositie voor pianosolo en orkest en staat dichter bij de traditionele concertovorm dan het voorgaande werk « Rhapsody in Blue ». Het werd in 1925 geschreven op verzoek van de orkestleider Walter Damrosch.

Damrosch woonde het concert op 21 februari 1924 bij waarbij de « Rhapsody in Blue » in première ging onder leiding van Paul Whiteman met Gershwin aan de piano. De dag ná het concert neemt Damrosch contact op met Gershwin en vraagt hem een « groot formaat » pianoconcerto te schrijven voor het New York Symphony Orchestra; het werk staat dichter bij de klassieke concertovorm en wordt georkestreerd door de componist zelf.

Gershwin neemt een orkest met 60 muzikanten in dienst om in november 1925 de eerste versie te spelen. Het eerste publieksoptreden vindt op 3 december 1925 in de Carnegie Hall in New York plaats met het New York Symphony Orchestra onder leiding van Damrosch en Gershwin aan de piano.

Het concerto in fa geeft de enorme vooruitgang in de compositietechniek van Gershwin weer, voornamelijk omdat hij zelf het werk orkestreerde, in tegenstelling tot de « Rhapsody in Blue », die door Ferde Grofé georkestreerd werd.



Manhattan voor piano en orchestre | François GLORIEUX

François Glorieux, in Kortrijk geboren op 27 augustus 1932, wordt alom bejubeld in Europa, in Amerika, Japan, China, het Midden-Oosten en in Afrika. Op de internationale scène is hij momenteel een van de meest geroemde muzikanten met een veelzijdig talent: leidinggevend pianocomponist, commentator, cabaretartiest, ere-docent voor kamermuziek aan het Conservatorium van Gent, gastdocent aan de Yale Universtiteit (VS) en directeur van de Internationale Piano Master Class in Antwerpen.

Glorieux beoefent alle muziekstijlen.

Sommige gebeurtenissen uit zijn zeer actieve leven vragen om speciale aandacht: triomfantelijke optredens met de betreurde André Cluytens in Duitsland en in Oostenrijk en de samenwerking met talrijke balletten en orkesten. François Glorieux was de oprichter van vier bijzondere ensembles : « Instrumentarium », « Panoramic Trio », « Brass and Percussion Orchestra » en « Revivat Scaldis Chamber Orchestra ».

François Glorieux was bijzonder actief als componist ; hij schreef meer dan 300 werken voor alle soorten muziek. Een van zijn belangrijkste werken is « Manhattan » voor piano en groot orkest. Zijn aantal muziekopnames is indrukwekkend : meer dan 40 CD’s en LP’s.

De partituur van Manhattan is geschreven voor piano en groot orkest en een sirene en elektrische gitaar, en beoogt de onbeschaamde wreedheid van de stad New York te illustreren, beginnend met een chaotische opwinding in de openingsbeweging « First impressions » genaamd.

Het lijkt alle kanten op te gaan en er zijn grote verborgen verrassingsmomenten in het tumult, met inbegrip van een verwarrende en rustige pianopartij, die soms doet denken aan Prokofiev, de Jazz Suites van Sjostakovitsj en anderen. Een katachtige saxofoon mengt zich tussen de snaarinstrumenten vooraleer het krachtige orkest het tweede thema inzet. Dit thema « Broadway » genaamd, doet dienst als scherzo en verlaat de luisteraar op Times Square niet. Van daar vertrekt men naar Chinatown, dwars door de Joodse voetgangerswijk, en door verschillende andere plekken in de stad, zoals bij voorbeeld discotheken.

Het grote succes van het werk ligt in de derde beweging « By day in Central Park », een prettige jazzbeweging met een vriendelijk thema uitgewerkt in variaties. Terwijl de Broadway-beweging enkele trillingen veroorzaakt door zijn stereotype etnische bewerkingen, openbaart Central Park zich als de verdorven en kwieke voorstelling van een vriendelijke wandeling door de bochtige lanen. Zeer aangenaam. De laatste beweging « Adventures in Mistery, Passion, Love and Fight » genaamd, begint met nevel en een wervelende spanning (heel erg « film noir »). De elektrische gitaar en de piano voeren het orkest naar het hoofdthema, dat soms meer op jachtmuziek voor een Jazz Western lijkt. Het gedeelte “love” uit de beweging wordt ingeleid door een aanmoedigende ommekeer. De vechtscène, met de sirene, vervalt in het grote drama, maar de piano brengt redding voordat de zaken uit de hand dreigen te lopen.



West Side Story (symfonische dansen) | Leonard BERNSTEIN

Geboren in Lawrence, Massachusetts (Verenigde Staten) op 25/08/1918, overleden in New York (Verenigde Staten) op 14/10/1990.

Leonard Bernstein studeerde compositie aan de Harvard Universiteit (1935-1939) met grote orkestleiders als Dimitri Mitropoulos en Serge Koussevitzky. In 1943 dirigeert hij het New York Philharmonic Orchestra (en bekleedde hij er de functie van Artistiek Directeur van 1958 tot 1969), vervolgens het New York City Center Orchestra van 1945 tot 1948. Volgend op het internationale succes van zijn musical West Side Story, die in 1961 werd aangepast voor cinema, treedt hij vanaf 1970 in het buitenland op als orkestleider. Hij biedt zeer gevarieerde werken aan, gaande van Haydn tot Mahler, via Beethoven, en ook zijn eigen composities, waaronder A Quiet Place (1984) en Arias and Barcarolles (1989). Zo dirigeert hij wereldwijd enkele van de meest beroemde grote muzikale formaties, waaronder de Berliner Philharmoniker en ook l'Orchestre National de France.

Bernstein studeert aan de Harvard Universiteit tot 1939 en ontmoet vervolgens de orkestleiders Fritz Reiner, Dimitri Mitropoulos, en Serge Koussevitzky en wordt de assistent van laatstgenoemde in 1940 in Tanglewood. Vanaf 1943 wordt hij tot assistent-chef van het New York Philharmonic Orchestra benoemd alvorens terug te keren naar Tanglewood waar hij dirigeert en lesgeeft vanaf 1951. Van 1958 tot 1973 presenteert hij de Young People's Concerts op televisie. Tijdens deze uitzendingen spreidt hij al zijn pedagogische kwaliteiten ten toon aan kinderen die op een ludieke wijze kennis maken met klassieke muziek.

Hij wordt tot Artistiek Directeur van het New York Philharmonic Orchestra benoemd van 1958 tot 1969 en verwerft enerzijds een internationale reputatie als orkestleider en anderzijds als componist, met name door zijn musical West Side Story (1957). Het is een orkestleider die bekend staat om zijn onstuitbare energie zowel tijdens de repetities als tijdens concerten ; hij dirigeerde de grote formaties van deze wereld, behalve het New York Philharmonic Orchestra, dirigeerde hij tevens meerdere keren het Philharmonisch Orkest van Israël, de Wiener Philharmoniker, het Koninklijk Concertgebouworkest van Amsterdam, the London Symphony Orchestra, Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, l'Orchestre National de France en de Berliner Philharmoniker. Hij voelde zich op zijn gemak in elk repertoire, maar met een uitgesproken voorkeur voor Gustav Mahler (hij zei: « Mahler, dat ben ik ! »).

Hij was een vruchtbaar componist en maker van drie symfonieën en twee opera’s, onder een groot aantal werken. Karakteristiek voor Bernstein is hoofdzakelijk het gemak waarmee hij van de ene stijl in de andere overgaat: van jazz (West Side Story, Wonderful Town), tot blues-gospel (Mass), langs op sommige plaatsen twaalftoontechniek (in zijn eerste werken, maar die liet hij later varen). Zijn symfonische werken ontstaan trouwens door spirituele reflecties, zoals onder andere over religie.

Met West Side Story, een musical, kende Leonard Bernstein zijn eerste grote succes. Hij was toen 31 jaar oud. Eens beroemd zowel als orkestleider en als componist met grote originaliteit, spreekt hij vervolgens alle stijlen aan, van religieuze koormuziek tot jazz via pop en Italiaanse opera. Ook komen alle thema’s aan bod: hoop, vrede, geloof en de menselijke natuur …..

West Side Story is geïnspireerd op Romeo en Julia van Shakespeare en situeert zich in de West Side in New York in de jaren 1950. Twee bendes komen met elkaar in botsing: de Jets, Amerikaanse blanken en de Sharks, immigranten uit Porto Rico. De rivaliteit tussen de twee bendes verscherpt zich tijdens een amoureuze ontmoeting op het bal van Maria, Portoricaanse, en de voormalige leider van de Jets. In negen bewegingen wordt in deze beschrijvende symfonische suite, met een vernieuwend stempel in het landschap van muziek en cultuur, alle rivaliteit, vechtpartijen, dromen over vrede, onmogelijke liefde en de tragische realiteit van dit drama, verteld.



Meral Güneyman | piano

De pianiste Meral GÜNEYMAN maakte haar orkestdebuut in de Verenigde Staten onder het dirigeerstokje van Michael Tilson Thomas, nadat ze de eerste prijs van de Buffalo Philharmonic Orchestra’s Young Artist’s Competition had behaald. Zij werd onmiddellijk daarna weer door Tilson Thomas gevraagd om het Concerto van Schuman te vertolken samen met de Pittsburgh Symphony. Na het behalen van een prijs tijdens de East & West Artists’ International Competition werd ze uitgenodigd om in Carnegie Hall te komen spelen. Een optreden met Leon Fleischer en de Baltimore Symphony volgde nadat ze de prestigieuze prijs William Kapell International Competition aan de Universiteit van Maryland had gewonnen. Latere successen boekte ze door een prijs te winnen tijdens de Juilliard School's Chopin Concerto Competition en een finaleplaats te verwerven tijdens de Naumburg Competition, die haar opnieuw naar Carnegie Hall bracht.

Meral is Amerikaans staatsburger van Turkse afkomst en kreeg de titel « Staatsartieste » en vertegenwoordigt daarmee wereldwijd het Ministerie van Cultuur van de Turkse Republiek. Optredens brachten haar naar de Festivals Cervantes en Monterrey in Mexico; naar het International Festival Istanboel, het American Music Festival in de National Gallery in Washington; het Festival Frederick Chopin; de Presidential Symphony in Turkije; de Sarajevo Philharmonic; het Ljubliana Festival in Slovenië; ook naar Duitsland, Canada, Frankrijk, Oostenrijk en Servië, (met inbegrip van een concert voor de Servische Koninklijke familie), naar Kroatië en Bosnië, België, Italië en het Verenigd Koninkrijk, naar Japan en naar talrijke grote steden in de Verenigde Staten.

In de hoedanigheid als academica en pedagoge bezocht zij de Harvard Universiteit, M.I.T., Purchase en Georgetown Universiteit, de Universiteit van New York, de Bosphorus Universiteit (Istanboel), en vele andere instellingen en trad er ook op. Tweemaal was zij laureate van de Laura Conover Pedagogy Award.

Meral stelt zich ten doel belangstelling te wekken voor hedendaagse muziek. Zij vertolkte werken van uiteenlopende componisten als Dick Hyman, Ilhan Mimaroglu en Justin Dello Joio. Haar capaciteit om op overtuigende wijze in een oogwenk van klassiek naar jazz over te schakelen, is ongekend. De platenopnames die ze maakte, ongeacht het genre, werden alom met lof ontvangen. De opname van de Sonate van Frank Bridge werd door Fanfare Magazine aangekondigd als één van de 5 besten van het jaar. Haar naam komt voor in « Who’s Who of American Women » en zij werd door David Dubal uitgekozen voor de opname van « Bridge Sonata » in « The Art of the Piano ».

Haar capaciteiten als uitvoerend artieste en docente wendt zij al haar leven lang aan voor het verwerven van fondsen voor liefdadigheidsinstellingen, waaronder : Save the Children Fund, de Muscular Dystrophy Association, UNA-NY, UNA-USA HERO (Help Educate at Risk Orphans) campagne, combating HIV/AIDS pandemics, Americans for Cures, en andere.

Meral woont met haar familie in New Jersey, Verenigde Staten van Amerika.

 

20-09-2009

 

JoomlaWatch 1.2.12 - Joomla Monitor and Live Stats by Matej Koval