Schubert schreef deze ouverture voor zijn opera « Die Zauberharfe », maar ten tijde van de voltooiing van zijn opera « Rosamunde » werd deze ouverture abusievelijk onder de titel « Ouverture Rosamunde » uitgegeven. Dat nam niet weg dat het een meesterwerk in zijn soort werd, zó treffend vatten de uitgewerkte thema’s de atmosfeer van de intrige samen.
Het menuet was oorspronkelijke een edele en gracieuze dans in drie maten en maakte doorgaans deel uit van een danssuite. In de XVIIIe eeuw verloor het zijn nobele karakter en werd vrolijker en ritmisch soepeler. Ongetwijfeld ligt het menuet van Mozart in die lijn.
De « Vrolijke Weduwe », in 1905 in Wenen geschreven, kende onmiddellijk in heel Europa een groot succes. Franz Lehar brengt de excessen van de toenmalige bourgeoisie aan het licht door een onverwacht plot en de gekunstelde vrolijkheid van de personages.
Evenals Puccini en andere componisten werd Franz Lehar geïnspireerd door een golf van exotisme uit het Verre Oosten die in de twintiger jaren heerste. Dat weerklinkt in de finesse en lichtheid van gevoelens die doorschijnen in de muziek van de « Pays du sourire ».
De ouverture « Leichte Kavalerie » van Franz von Suppé is krachtige en opgewekte populaire muziek, net zoals de rest van het œuvre van deze Oostenrijkse componist uit de XIXe eeuw.
Nico Dostal is de jongste telg uit de traditie van de Weense operette-componisten. Tijdens het nazirégime zette hij zijn carrière als orkestleider en componist geheel onafhankelijk en zonder enige ongerustheid voort.
Joseph Schrammel componeerde talloze dansen en liederen in de traditie van de folkmuziek. Samen met zijn broer Johann vormde hij instrumentale ensembles met originele samenstellingen die tijdens dorpsfeesten optraden.
De koningen van de Weense dansmuziek zijn ongetwijfeld vader en zoon Johann Strauss. Of het nu “De Blauwe Donau”, de “Boerenpolka” of de “Radetski Mars” is, deze muziek nodigt de Westerse wereld uit om te gaan dansen.